Het is 1 oktober 16.30 uur. Deelnemers verzamelen zich bij de Rabobank. Er worden groepjes gemaakt
middels het trekken van een cijfer. De groepjes gaan bij mekaar staan en we fietsen gezamenlijk , voor mijn
gevoel heel ontspannen, naar het parcours. Tijdens het verkennen van het parcours worden mij al de eerste
aanwijzingen gegeven. " Je verzet is te laag, met inrijden en zeker dit kort stukje, altijd met een zwaar verzet
beginnen" zegt Thei. Donderberg; wind van rechts, dus waaieren van rechts naar links wordt er gezegd.
Leudalweg; wind op kop dus zoveel mogelijk achterelkaar fietsen. Bij de Zeilsterhoeve gaan we rechts af. " Hier
straks waaieren van links naar rechts, ellebogen tegen mekaar" .Dit wordt gezegd en ook nog gedemonstreerd
door Thei. Brumholt; op dit stuk moeten we straks allemaal volle poully
We komen in de buurt van de start op de Lang Haag en moeten ons in volgorde gaan opstellen. Dan begint het
serieus te worden.
Hans vraagt mij, "heb je veel in die fles? drink nu maar wat en zet die fles aan de kant want je hebt toch geen
tijd om te drinken. Fietsenpomp gooi je ook maar in het gras. Dat is allemaal overbodig gewicht"
"Wat heb je brede banden", zegt Wim, "wat dacht je, we krijgen slecht weer "?
"Moet je die lucht zien, helemaal zwart", zei ik maar.
"Ook nog toeclips" zegt Peter, "kom je daar wel snel genoeg in weg met de start?" Ik zie hem nadenken.
"Weet je wat" zegt hij," zet je beide voeten maar alvast in de toeclips en dan leun je maar op ons, dan ben je als
eerste weg.
Ik kreeg er hartkloppingen van. De zenuwen gierden door mijn keel.
Nou nog ff lachen(als een boer die kiespijn heeft) voor de foto en er wordt afgeteld. Hans geeft me m'n eerste
zetje en we sprinten weg.
De eerste kilometers moeten we wennen aan mekaar. Wim gaat 'iets' te hard, hij moet temperen, ik word naar
hem toe geduwd en we kunnen weer tempo maken. De Donderberg opdraaien, oh, net iets te royaal, ik rij een
stukje door de berm. Ik voel weer een hand en het tempo wordt weer snel opgevoerd. Er worden veel
aanwijzingen gegeven en ik laat het allemaal over me heen komen.
" Nu", zegt Thei, " ellebogen tegen mekaar en diep ademhalen,ontspan je zodat je weer kracht opbouwt voor
dadelijk.". Ik had toen al het gevoel van, dit hou ik nooit vol, maar telkens als er een gaatje ontstond kreeg ik
weer een hand op mijn rug, zo van, hé ff bij de les blijven, het zijn maar drie rondjes. Ik werd aangemoedigd
door de boys en ze zeiden dat het goed ging.
Na het eerste rondje zagen we groep 4 steeds dichter bijkomen en op Brumholt sloten we al aan. " En nu snel
eroverheen en tempo vast houden" zei Peter . Ik voelde weer een hand op mijn rug en het tempo ging weer
omhoog. Annemiek riep nog heel enthousiast " hallo ' , maar ik kreeg er geen geluid meer uit en kon alleen nog
maar voorzichtig één vingertje opsteken. Wim nam het voor me op en zei, " ze kan nu ff niks zeggen". Het derde
rondje kan ik niet meer navertellen. Het enigste wat ik lekker vond gaan waren de bochten. Zonder in te houden
werden die genomen.
Eindelijk waren we dan over de finish. Ik hoorde Wim roepen, " Heerlijk, fantastisch echt geweldig, te gek."
Ik gooide meteen mijn helm af want het voelde alsof ie te klein was voor mijn hoofd. Het slijm uit mijn mond
was taai en wilde niet loslaten. Ik was misselijk en dacht, dit is echt de laatste keer. ( Dat zei ik ook toen ik mijn
eerste kind baarde).
Toen alles weer een beetje helder werd kwam Hans naar me toe. Hij vroeg of hij me nog één laatste tip mocht
geven.
" Kan het ook vanavond? " vroeg ik nog.
" Nee", zei hij vastberaden.
"Nou....toe maar dan", zei ik.
"Zoek een goeie fysiotherapeut op" !!!!!!!!!!!! zei hij met een glimlach.