Nieuwe rubriek: Post van Luuk

Tijdens het wielerseizoen houdt onze clubgenoot
Luuk Metsemakers, die is doorgestoten naar de hogere amateurregionen, ons via de website regelmatig op de hoogte van zijn belevenissen.

Hoeveel wielergrootheden ’t Naers Peloton in de toekomst nog zal voortbrengen zal moeten blijken. Vaststaat dat in de tien jaar dat de toerclub bestaat een talent al is doorgestoten tot aan de amateurtop van het Nederlandse wielrennen. Luuk Metsemakers startte in het voorjaar van 2001 zijn actieve carrière bij ’t Naers Peloton. Tijdens het wielerseizoen houdt hij ons via deze website op de hoogte van zijn sportieve belevenissen. Met hem pakken we de draad op in het laatste weekeinde van maart. Toen begon immers het fietsseizoen van onze vereniging. Wie is Luuk?

  • Naam:  Luuk Metsemakers
  • Geboortedatum:  19-09-1985
  • Woonplaats:   Neer
  • Lengte:  1.79 meter
  • Gewicht:   winter  ± 71 / zomer  ± 66kg
  • Studies:  afgerond: MBO- Werktuigbouwkunde; huidige studie: lerarenopleiding Engineering

Hoe is de wielercarrière begonnen?

Tot ik ruim 15 jaar was, was ik een fanatiek voetballer bij RKSVN daarna is mijn wielercarrière begonnen. Via mijn vader Peter ben ik in aanraking gekomen met een koersfiets. Na samen wat kleine tochten gereden te hebben, ontdekte ik hoe lekker het was om te fietsen. Ik meldde mij aan bij ’t Naers Peloton. Hier kwam ik er achter wat afzien is, hoe het voelt als je de man met de hamer tegenkomt en hoe het is om met een hongerklop te rijden. Met dit in mijn achterhoofd wist ik dat ik een sport gevonden had waar je jezelf moet trainen wil je goed zijn. Toen ik voor de eerste keer naar het zuiden was gegaan met ‘t Naers Peloton was ik meteen verkocht en wilde ik de bal voorgoed inruilen voor een echte koersfiets. Via Huub aan den Boom kwam ik in aanraking met de Wielerclub Midden-Limburg. Deze stuurde mij met de renners van de club mee naar de Eifel waar ‘Midden-Limburg’ altijd op trainingskamp ging. Toen ik bergop vleugels kreeg en met de renners mee omhoog reed, vroeg John Caris mij of ik wedstrijden wilde gaan rijden. En zo is het begonnen.

Sinds wanneer ben je lid van ’t Naers Peloton?

Ik sta als lid ingeschreven sinds 17 november 2000. In het voorjaar van 2001 heb ik dus mijn eerste tochten met het peloton gemaakt.

Je won een keer de tijdrit in een fantastische tijd, hoe oud was je toen?

In de eerste tijdrit in 2001 kwam ik als vijftienjarige al goed uit de verf. In 2002 werd ik tweede achter Jos Vestjens. Ik heb  de tijdrit in 2003 gewonnen en in 2004 heb ik nog een keer voor de lol meegedaan. In 2003 reed ik het parkoersrecord van 17 minuten en 4 seconden.  Ooit zal de tijd komen dat ik weer mee mag meedoen. Dan moet dat record sneuvelen.

Voor welke ploeg fiets je nu, en in welke categorie?

Ik fiets dit jaar voor Het Babydump Lemmens Wilvo Team. Dit team is helemaal nieuw gestart dit jaar. Het team heeft telt zeventien renners. De categorie waar ik op dit moment actief in ben is de categorie Elite zc  (zonder contract). Eerder fietste  ik voor Wielerclub Midden-Limburg (2002 t/m 2004),  WV De Jonge Renner ( Oosterhout) (2005 t/m 2006) en TWC De Kempen ( Valkenswaard) 2007 t/m 2009.


Post van Luuk 6

Zutendaal 8 mei 2010.

Na een rustperiode van anderhalf á twee weken reed ik een klein koerske in Zutendaal.
De wedstrijd was 90 km en was voor elite/beloften en amateurs A.
Deze koers was voor mij meer een trainingsrit met het oog op de koersen die nog moeten komen. Ik bleef dan ook lekker in de buik van het peloton zitten en kon op deze manier snelheid trainen en interval. Al vrij snel reed er een groep van 13 man weg. Omdat ik in de buik van het peloton reed kon ik niks doen en liet me dus gewoon meebollen.
In de laatste twee rondes had ik een test momentje en reed weg uit het peloton. Er kwamen vier man aansluiten en we bleven een aantal kilometers voor het peloton uitrijden.
Door de rustperiode merkte ik dat de kracht iets was afgenomen en had moeite om echt diep te gaan. Dus eenmaal teruggepakt door het peloton zakte ik weer weg in de buik om zo op het einde nog een sprintje te doen. Plaats 33 werd het vandaag.

 

 

Triptyque Ardennais 14, 15, 16 mei 2010.

Etappe 1,  145 km.

Op donderdag vertrokken we richting de Ardennen om daar vervolgens op vrijdag te starten voor de eerste etappe. Voor de start van de etappe hadden alle ploegen bestaande uit 8 renners een presentatie voor het publiek. Wij als renners werden voorgesteld en kregen van het publiek een applaus. Daarna was het tijd voor de koers. Een etappe die geen meter vlak was zo leek het, het peloton was in de beginfase heel nerveus. Maar dit veranderde toen we op de top van de Baraque Michel waren. Het peloton was flink uitgedund. Dus het was iets makkelijker koersen. Aangekomen op de plaatselijke ronde stonden ons nog meer klimmetjes te wachten. Deze klimmen waren zeer steil en in de finale van zo’n koers weegt dat extra zwaar. Op de eerste steile klim reed een kopgroep weg. Ik moest genoegen nemen met een plaats in een 2e en later een 3e groep.  Ik reed de etappe uit en kon me dus klaar maken voor de volgende zware etappe.
Na elke etappe keerden we terug naar het kasteel wat ons was toegewezen door de organisatie. Hier verbleven de meeste teams voor 3 dagen.
Op de eerste dag hadden we daar al, met alle renners van verschillende ploegen, de hele keuken leeg gegeten. Dat was wel even schrikken voor de koks, zeker omdat er sommige renners nog flinke honger hadden. Deze hadden dus pech en konden wachten tot de volgende morgen om dan een flink ontbijt te nemen.

 

Etappe 2, 150 km.

De tweede dag was ook zeer zwaar weer veel klim werk en een hoge snelheid. De beentjes voelde nog redelijk aan en ik kon me goed van voren handhaven. Ik bleef constant bij de eerste 30 van het peloton rijden samen met 2 ploegmaats.
Na vele klimmetjes en weer een uitgedund peloton kwamen we weer aan op een plaatselijke ronde en daar reden we echt tegen een muur op. Het was een straatje met klinkers dat tussen de huizen omhoog liep. Schatting 20%. Omdat ik net iets te ver zat op dat moment en de weg van breed naar smal ging ontstond er een opstopping en moesten veel renners voet aan de grond zetten; ik helaas ook.
Na een paar keer roepen naar een Meneer Push Push kon ik mijn weg weer vervolgen.
Maar ik slaagde er niet meer in om vooraan in de koers te komen.
Met een groep van ongeveer 30 renners reden we de plaatselijke ronde netjes uit, en kregen een super applaus van de mensen massa op de finish.
Omdat we ons niet meer wilden laten foppen door de keuken in het kasteel besloten we om meteen na de koers op de terug weg een pizza te halen. En deze nog voor het eten weg te werken. Dit smaakte super en in het kasteel aangekomen aten we nog ieder 2 borden rijst met kip en 2 stukken rijstevlaai + toetje + fruit. Om vervolgens ’s morgens weer een broodje of 10 weg te werken. De ploegleider vond ons maar strontmachines omdat we maar bleven eten.

 

 

Etappe 3, 85 en 110 km.

De derde dag zou heel zwaar worden met een ochtendrit van 85km en een middagrit van 110km. Er moesten in totaal 6 plaatselijke rondes gereden worden. De start van de ochtendrit was in de regen, kou en bergop zonder neutralisatie. Dus vanaf de start was het meteen volle bak. De benen werden snel poten van beton en de tong hing op het voorwiel. Wat een heerlijke start van de etappe. Ik overleefde 2 bergjes, maar bij de 3e stond ik met een lege tank, er was niks meer uit te krijgen. En dit alles nog in ronde 1.
Ik kwam in een groepje geloste maar deze hadden geen moraal meer en stopten bij de finish toen ze hun verzorger zagen.
Zo werd een groep van 20 uitgedund tot 2 man. Ik en een Fransman, we moesten nog 2 ronden maar werden tijdens de doorkomst aan de finish uit koers gehaald. Dit betekende dus dat ik de middagrit niet meer mocht starten. Terwijl deze zo goed als vlak was.
Ik had mezelf maar een andere functie gegeven en begon na de finish van 2 ploegmaats met het poetsen van hun fietsen. Om dan ’s middags mee te helpen bij de verzorging.
Een geslaagd weekend, veel afgezien maar wel goed voor de vorm.


Post van Luuk 5

25 april:  Wim Hendrikx Trofee (Sint-Gilles-Waas/Koewacht)

 De Wim Hendrikx Trofee staat bekend om zijn open vlaktes, veel wind en z’n kasseistroken.Kortom een koers voor de stoempers. De koersomstandigheden waren ideaal: klein beetje wind en een lekker zonnetje; de ingrediënten om lekker veel stof te happen tijdens deze koers.De route was zo gemaakt dat tien kilometer na de start al de eerste kasseistroken opdoken. De ploegleider had ons dan ook de taak gegeven om vanaf het begin van voren te zitten en proberen rond te draaien om zo je plekje voorin het peloton te behouden en dus in een gunstige positie aan de stroken te beginnen. Zo gezegd zo gedaan: op de tweede  kasseistrook waren punten te verdienen voor het kasseiklassement. Voordat de strook begon, had ik de koppositie te pakken door het wringen en duwen in het peloton. Ik besloot dan ook om volle bak te rijden over het beton strookje naast de kasseien.  Ik merkte al snel dat alles op een  lint ging dus ik ging nog harder rijden ook omdat ik het doek van de kasseisprint zag hangen. Het tempo lag zo hoog dat niemand er meer over kwam en ik dus de eerste punten van de dag pakte. Daarna reed ik even weg met vier man maar we werden alweer snel terug gepakt. Omdat er nog vier stroken kwamen in de volgende tien kilometer bleef ik bij de eerste 20 van het peloton rijden. Je hebt het minste last van de kasseien als je vooraan rijdt.  Na deze vier stroken zakte het tempo een beetje.  Het was dus tijd voor de demarrages ik sprong met elk groepje mee maar geen enkel groepje bleef weg.  Dus liet ik me een beetje naar de buik van het peloton zakken om maar zo zuinig mogelijk te rijden. Eenmaal aangekomen op de plaatselijke rondes werden de wegen smal maar het tempo bleef lekker. Dus geen reden tot paniek dacht ik. Tot dat ineens de wind opstak en  het tempo van 45 naar de 55 per uur werd getrokken. Dit was de klap. Ik zat te ver van achteren, en belandde zo in de vierde  waaier. De eerste drie waaiers reden al heel snel naar een voorsprong van twee minuten.En in de finale aangekomen, weet je al dat ze vooraan niet meer stil vallen, en je dus in een kansloze positie zit.  Je komt in een groepje met renners waarvan de moraal al tot in de schoenen is gezakt en het bordje al leeg is. Het tempo zakt dan van dat van coureurs naar een toeristengangetje.Dus weg koers. We werden dan ook ingehaald door de jury, en uit koers gehaald. Ik heb wel een goed gevoel over gehouden aan deze koers alleen te snel berusting gekregen. Volgende keer hoe dan ook vooraan blijven rijden kosten wat het kost. En me niet meer laten verrassen.


Post van Luuk 4

 

18 april: Rund Um Düren

Op zondag 18 april stond weer een grote koers op het programma: Rund Um Düren; een koers in de Duitse Eifel. Omdat ik deze koers al eens had gereden had met een nette prestatie verwachtte ik dit jaar ook een positief resultaat. De woensdag voor de koers ben ik met een ploegmaat naar het parcours afgereisd. Wij hebben daar een verkenning gedaan van ongeveer 3,5 uur. De dagen erna heb ik rust genomen om zo fit mogelijk aan de start te verschijnen. Voor de start van de koers kwam de zon al flink opzetten, en tikte de temperatuur tegen de 20 graden. Perfecte koersomstandigheden. De koers kende een neutralisatie van ongeveer zes kilometer door het centrum van Düren. Bij de officiële start werd meteen gedemarreerd. Deze renners tekenden meteen hun doodvonnis, want elke trap die je teveel geeft in deze koers wordt je fataal in een later stadium. Na dertien kilometer kregen we de eerste helling. Omdat ik verkend had, zat ik op het goede moment voorin en reed dus met de eerste 30 van het peloton omhoog. Op deze berg van ongeveer 2,5 kilometer knapte bij verschillende renners al de ‘koppakking’. Ze konden nog even in het rood rijden voordat ze gelost werden uit het massale peloton.  In de aanloop naar de tweede klim werd door verschillende ploegen flink tempo gereden om hun kopmannen in een gunstige positie te laten beginnen aan de klim. Door dit tempo zakte ik wat verder terug naar plaats 60. Dit was niet best met het oog op wat nog komen ging. Een steile klim wist ik uit de verkenning, waarop je bij de eerste 30 moet zitten. In de afdaling voorafgaand aan de beklimming haalden we tegen 80 kilomiter per uur. Plaatsen goed maken was levensgevaarlijk en dus uitgesloten. De klim werd begonnen in een super hoog tempo, sommige ploegen offerden een paar mannetjes op om flink door te trekken en een eerste schifting te maken. Door dit hoge tempo brak ik, ik kon geen macht/kracht uit de benen krijgen om dit steile klimmetje te verteren. Ik kwam in een tweede groep, maar ik vond in de afdaling net voor de langste klim op het parcours weer de aansluiting. Door de achtervolging had ik het meestal kruit al verschoten. Op de lange klim moesten we weer met dezelfde groep eraf. Ik probeerde nog een paar keer de aansluiting te vinden bij eerste groep. Ik slaagde daarin, maar net voor de top moest ik weer lossen door een tempoversnelling voorin. In de tweede groep kwam ik bij renners die de hoop al hadden opgegeven dus de achtervolging werd maar voor 50 procent uitgevoerd. Flink balen!  De koers was over! Oorzaak: achteraf gezien teveel rust genomen na de woensdag waardoor ik geen druk/spanning op de benen had. En daardoor bergop niet kon rijden zoals verwacht.


Datum Titel
26 april Post van Luuk 3
26 april Post van Luuk 2
26 april Post van Luuk 1